Sociale verkiezingen: draagwijdte van de ontslagbescherming van kandidaten

Sociale verkiezingen: draagwijdte van de ontslagbescherming van kandidaten

Kandidaten voor een mandaat als personeelsvertegenwoordiger in het comité voor preventie en bescherming op het werk of de ondernemingsraad krijgen een ontslagbescherming ook als ze niet worden verkozen. Ondanks die bescherming blijft ontslag mogelijk in twee gevallen. Bij onregelmatig ontslag kan de beschermde werknemer eisen dat u hem opnieuw aanwerft.

Samenstelling van de sociale overlegorganen

De sociale verkiezingen die tussen 9 en 22 mei 2016 plaatsvinden, worden georganiseerd om de sociale overlegorganen -het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) en de ondernemingsraad (OR)- in uw onderneming te kunnen installeren in juni 2016.

De verplichting om sociale verkiezingen te organiseren om de vier jaar, is afhankelijk van het personeelsbestand van uw onderneming. Elke Belgische onderneming uit de privésector met gemiddeld ten minste 50 werknemers in 2015, moet in 2016 sociale verkiezingen organiseren om de personeelsvertegenwoordigers in het CPBW aan te duiden. Bedrijven met gemiddeld ten minste 100 werknemers in 2015 moeten bovendien sociale verkiezingen organiseren om de personeelsvertegenwoordigers voor de OR aan te duiden.

Werknemersafgevaardigden moeten voldoen aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden op de datum van de verkiezingen om te kunnen genieten van de wettelijke bescherming tegen ontslag.
De niet-verkozenen kandidaten moeten eveneens aan die voorwaarden voldoen en ook voorkomen op de definitieve, geldig ingediende kandidatenlijst.

Duur van de beschermingsperiode

De beschermingsperiode tegen ontslag begint dertig dagen voor de dag waarop het bericht dat de verkiezingsdatum vastlegt (X-30), wordt uitgehangen. Let op. Omdat de kandidatenlijsten kunnen worden ingediend tot 35 dagen na de dag van de aanplakking van dit bericht (X+35), loopt u tijdens deze 'occulte' periode van 65 dagen het risico zonder het te weten een beschermde werknemer te ontslaan.

De bescherming loopt in principe vier jaar later af, bij de vernieuwing van het CPBW en/of de OR. Ook de niet-verkozen kandidaten genieten in principe van dezelfde bescherming als de gewone en plaatsvervangende personeelsafgevaardigden: bescherming voor een periode van vier jaar als het de eerste keer was dat ze zich kandidaat stelde of voor een periode van twee jaar na de aanplakking van de verkiezingsresultaten als die kandidaat twee keer na elkaar niet wordt verkozen.

Werknemers die bij de sociale verkiezingen in 2012 werden verkozen, zijn nog beschermd tot op de datum van de installatie van het nieuwe overlegorgaan van deze sociale verkiezingen. Dezelfde bescherming geldt voor de niet-verkozen kandidaten in 2012 tenzij zij toen niet werden verkozen voor de tweede maal, want dan zijn ze niet meer beschermd sinds mei 2014.

Werknemers die volgende maand worden verkozen, zijn beschermd tot de installatie van het nieuwe overlegorgaan bij de volgende sociale verkiezingen van 2020. Dit geldt ook voor de niet-verkozen kandidaten. Alleen als zij in 2016 al voor de tweede maal niet worden verkozen, eindigt hun bescherming al in mei 2018 (= twee jaar na de aanplakking van de resultaten van de sociale verkiezingen van 2016).

Ontslagredenen voor beschermde werknemers

Ontslag is een rechtshandeling waarbij u aan de werknemer uw beslissing meedeelt om de arbeidsovereenkomst eenzijdig te beëindigen. U kunt in twee gevallen toch ontslag geven aan werknemersvertegenwoordigers en aan kandidaat-werknemersvertegenwoordigers ondanks hun bescherming:

in geval van ontslag om ernstige/dringende reden vastgesteld door de arbeidsrechtbank. Een dringende reden is elke ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt;

in geval van ontslag om economische of technische redenen die vooraf door het paritair comité werden erkend (bv. sluiting van de gehele onderneming; sluiting van een afdeling van de technische bedrijfseenheid zoals een atelier of een magazijn; en ontslag van een welbepaalde personeelsgroep).

De opheffing van de bescherming gebeurt dus niet automatisch.

In volgende gevallen kan trouwens een einde worden gemaakt aan de arbeidsovereenkomst van beschermde werknemers zonder dat het motief voor ontslag vooraf moet worden erkend:

bij het verstrijken van de duur van een arbeidsovereenkomst die voor bepaalde tijd werd gesloten;

bij het voltooien van het werk waarvoor de werknemer werd aangenomen;

bij een eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer;

in geval van overmacht;

in geval van overlijden van de werknemer;

in onderling akkoord.

Sancties bij een onregelmatig ontslag

Bij het niet-naleven van de ontslagregels beschikt de werknemer over twee opties.

De werknemer kan eisen dat u hem opnieuw aanwerft. Bij deze vraag tot re-integratie van een werknemer, moet u het loonverlies van de werknemer betalen, en de patronale en persoonlijke sociale bijdragen.
Weigering u een re-integratie, dan moet u een beschermingsvergoeding betalen. Die beschermingsvergoeding bestaat uit een forfaitaire vergoeding en uit een variabele toelage.
De forfaitaire vergoeding is gelijk aan het brutoloon van:

twee jaar als de werknemer minder dan tien jaar anciënniteit heeft in uw onderneming;

drie jaar voor een anciënniteit tussen tien en twintig jaar;

vier jaar voor een anciënniteit van twintig jaar of meer.

De variabele vergoeding komt overeen met het loon waarop de werknemer recht zou hebben als hij zijn functie was blijven uitoefenen.

Als er geen vraag tot re-integratie volgt, heeft de werknemer enkel recht op de forfaitaire vergoeding die afhankelijk is van de anciënniteit binnen de onderneming.

website door Kluwer EasyWeb